De Reeks…met Sjoerd Booijink
De Reeks’, dit keer in gesprek met aanvoerder Sjoerd Booijink
Na een onvergetelijk seizoen vol strijd, geloof en uiteindelijk het kampioenschap, blikt aanvoerder Sjoerd Booijink terug op het jaar dat VC Fleringen weer naar de top bracht. Over beslissende wedstrijden, teamgeest, spanning langs de lijn en het bijzondere gevoel van samen iets historisch bereiken. Een eerlijk, open en persoonlijk gesprek over een seizoen om nooit te vergeten.
Wanneer begon bij jullie echt het gevoel te leven dat het kampioenschap haalbaar was?
Haalbaar bleef lastig, maar na Overdinkel begon het vertrouwen wel te komen. We speelden daar gelijk en TVV verloor dat weekend en hadden daarna nog drie wedstrijden met twee punten voorsprong. Vanaf dat moment dacht ik: dit mogen we niet meer uit handen geven.
Wat maakte dit team dit seizoen zo sterk?
Ik denk vooral dat we al lange tijd samenspelen, in ieder geval het grootste deel van de ploeg. De basis daarvoor is eigenlijk vorig seizoen gelegd. Toen stonden we er slecht voor en dreigden we te degraderen, maar door goed voetbal hebben we alsnog veel punten gepakt. Dat gaf vertrouwen en vormde een goede basis voor dit seizoen.
We hebben er altijd in geloofd. Aan het begin van het seizoen werd gevraagd waar we voor wilden gaan, en ik denk dat 95 procent zei dat nacompetitie voor promotie het doel was. Dat geloof zat echt in de groep. Toen we vervolgens de eerste acht wedstrijden wonnen, groeide het vertrouwen alleen maar meer. Ik denk dat dát ons uiteindelijk zo sterk maakte.
Welke wedstrijd was volgens jou beslissend in de titelrace?
Voor mij waren dat de thuis- en uitwedstrijd tegen TVV. Vooral die wedstrijd waarin we met 2-0 voorkwamen, daarna vrij snel na rust met 3-2 achter kwamen en toch nog terugkwamen tot een gelijkspel. Dat we ons zo sterk terugvochten tegen TVV zegt veel over dit team. Daar liet de ploeg echt zien hoeveel kracht en geloof erin zat.
Hoe trots ben je op deze groep?
Heel trots. Als je kijkt waar we als groep vandaan komen, dan hebben we echt een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Ook als iemand geblesseerd wegviel, wat gelukkig weinig gebeurde, konden we dat goed opvangen. En als iemand een keer naast het team stond, werd dat gewoon geaccepteerd. We speelden echt als een team en dat maakte ons sterk.
Hoe zuur was het dat je juist de kampioenswedstrijd moest missen door die blessure?
Dat was echt verschrikkelijk. Ik denk dat ik nog nooit zo heb gebaald van een blessure. Het was juist mijn eerste seizoen waarin ik echt fit was, en dan mis je uitgerekend de laatste twee wedstrijden. Dat deed veel pijn. Maar ik had er wel alle vertrouwen in dat we het als team konden afmaken.
Hoe beleef je zo’n wedstrijd vanaf de zijkant?
Heel lastig, eigenlijk verschrikkelijk. Vooral tegen TVV voelde ik de meeste spanning. Dat komt ook omdat je vanaf de zijkant geen invloed hebt op wat er gebeurt. Je kunt niets doen en dat voelt best machteloos.
Had je tijdens de wedstrijd meer spanning dan wanneer je zelf op het veld staat?
Ja, zeker. Tijdens wedstrijden heb ik eigenlijk nooit echt spanning als ik zelf op het veld sta. Zelfs bij de promotiewedstrijden tegen Delden en Zenderen had ik minder spanning dan nu bij deze kampioenswedstrijd vanaf de zijkant.
Wat ging er door je heen op het moment dat duidelijk werd dat jullie kampioen waren?
Vooral veel blijdschap dat het ons gelukt is. Daarnaast was het fantastisch om te zien hoe alle supporters met ons hebben meegeleefd en ons hebben aangemoedigd. Voor heel Fleringen was dit iets heel moois, en zo heb ik het zelf ook beleefd.
Hoe probeer jij als aanvoerder belangrijk te zijn als je niet kunt spelen?
Tijdens de warming-up ben ik vooral begonnen met de jongens aanmoedigen en ballen ophalen, zodat zij echt in hun spel konden blijven. Verder heb ik me er niet te veel mee bemoeid. Vooral aanmoedigen en de ploeg opjutten. Ik heb ook veel gezegd dat ze moesten genieten van dit soort wedstrijden en van het publiek. Dit maak je niet vaak mee, dus dan moet je er ook van genieten.
Wat typeert deze spelersgroep het meest?
Ik denk dat wij echt een groep zijn. Als ik het vergelijk met mijn tijd als jonkie bij het eerste, toen had je toch meer twee groepen: de oudere jongens en de jongeren, met best wel een gat ertussen. Dat is nu totaal niet meer zo. Iedereen is gelijk aan elkaar en we willen echt voor elkaar vechten.
Hoe zag de dag na het kampioenschap eruit?
Het was lastig wakker worden, na de late uurtjes van het vieren. Maandag kregen we eerst een heerlijk ontbijt verzorgd door Jan Lokotte en Nancy. Daarna zijn we met de bus van IJland langs de sponsoren geweest, waar we een biertje hebben gedronken en een paar foto’s hebben gemaakt.
Vervolgens zijn we doorgegaan naar Kottink, daar komt Thijs vandaan. Zo hebben we Thijs even tevreden kunnen houden, haha. Daarna langs Morshuis, en als afsluiter hadden we een etentje bij De Molen, verzorgd door onze sponsoren Loohuis en Tasche.
Uiteindelijk hebben we de dag afgesloten in de kantine, die we nog even ‘dicht hebben gedaan’.
Wat was het leukste of grappigste moment van die dag?
Het leukste was vooral het samenzijn met de sponsoren en het samen met de groep het kampioenschap vieren. Het was gewoon heel gezellig en de hele dag is eigenlijk heel goed en mooi verlopen.
Hoe brak was je de dag erna?
Heel brak. Sterker nog, ik had de volgende dag een functioneringsgesprek en daar kon ik niet onderuit. Gelukkig was dat gesprek pas om drie uur. Mijn collega’s waren op de hoogte en hebben me goed door de dag heen geholpen.
Wat wil je zeggen tegen de supporters en vrijwilligers van de club?
Ten eerste wil ik alle vrijwilligers bedanken voor het fantastische werk dat zij de afgelopen jaren hebben verricht. Zonder vrijwilligers kan de club niet draaien, en daar moeten we heel dankbaar voor zijn. Daarnaast wil ik natuurlijk ook alle supporters bedanken voor hun steun. Ik hoop dat er komend seizoen net zoveel mensen langs de lijn staan als bij de afgelopen twee wedstrijden.
Is dit kampioenschap het begin van meer?
Ik ga er niet vanuit dat we komend jaar weer meedoen om het kampioenschap. Ik weet nog hoe we een aantal jaren geleden in de derde klasse speelden. De eerste twee wedstrijden wonnen we toen, maar daarna hebben we de volgende zeven dusdanig gespeeld dat we uiteindelijk degradeerden.
Het doel voor komend seizoen is handhaven: zorgen dat je niet degradeert en in de klasse blijft. Dat is op zichzelf al een doel. Van daaruit kunnen we verder kijken.
Hoe zou jij jezelf omschrijven buiten het voetbalveld?
Rustig, vriendelijk en over het algemeen wel goed te pas. Ik ben altijd wel in voor gezelligheid en een biertje.
Waar komt jouw passie voor voetbal vandaan?
Dat komt eigenlijk al van vroeger. Ik ben ermee opgegroeid en ging vaak met mijn vader mee. Hij was altijd erg betrokken bij het voetbal en dat is hij nog steeds. Zo ging ik vroeger vaak met hem mee naar FC Twente, en daar is die passie echt ontstaan.
Thuis draaide eigenlijk alles om voetbal. We hadden hier ook een veldje in de tuin en daar speelde ik samen met mijn broers Wout en Jesper.
Weet je nog hoe oud je was toen je begon bij VC Fleringen?
Ja, ik was 5.
Ben jij thuis ook zo fanatiek als op het veld?
Nee, thuis ben ik juist heel rustig. Eigenlijk ben ik overal rustig, alleen op het veld leef ik me echt anders uit.
Wat doe je graag naast voetbal?
Vooral de gezelligheid opzoeken of iets leuks doen samen met mijn vriendin. Ook ga ik graag naar FC Twente, al kan dat helaas niet heel vaak omdat we zelf op zondag spelen. Maar ik probeer wel zo vaak mogelijk te gaan.
Wie is voor jou belangrijk geweest in jouw voetbalcarrière?
Dat zijn er eigenlijk een paar. Mijn vader is daar zeker één van. Toen Wout en ik bij het eerste kwamen, werd hij teammanager. Hij zei dan ook vaak dat we het op zaterdag wat rustiger aan moesten doen. Kameraden gingen wel uit, maar dat heb ik soms wat meer op een lager pitje gezet. Dat was soms lastig op jonge leeftijd.
Daarnaast hebben alle trainers veel betekend. Hans Dirksen heeft mij naar het eerste gehaald en vertrouwen in mij gehad. De stap van jeugd naar senioren is waar je het meeste leert.
Ook Hielke aan de Stegge en Wilco Broekhuis hebben mij vooral voetballend en technisch beter gemaakt. Ze hamerden veel op snel spelen en eerder kijken. Daar heb ik veel van meegenomen, en Thijs heeft dat daarna goed doorgezet.
Wat voor type aanvoerder ben jij eigenlijk?
Ik denk niet dat ik een aanvoerder ben die constant aan het coachen en roepen is. Op momenten dat het team in een mindere fase zit, probeer ik wel het team erdoorheen te praten en zelf een stapje extra te zetten. Ook geef ik dan kleine aanwijzingen. Constant schreeuwen probeer ik juist te vermijden.
Waar kunnen ploeggenoten jou ’s nachts voor wakker maken?
Eigenlijk liever niet wakker maken, maar als het dan toch moet: voor een gezellig feestje. Als we nog ergens samen heen kunnen, mogen ze me daarvoor zeker wakker maken.
Wat is jouw grootste kwaliteit buiten het voetbal?
Mijn sociale kant en mijn gevoel voor humor. Daarnaast ben ik gewoon iemand die graag wil werken, zowel fulltime doordeweeks als op zaterdag.
En wat is iets waar je zelf nog beter in wilt worden?
Er is nog genoeg te ontwikkelen. Als ik kijk naar het voetbalgedeelte wil ik nog rustiger worden aan de bal. Daarnaast kan het coachen ook altijd nog beter.
Welke speler keek jij vroeger tegenop?
Als jonge jongen langs de lijn keek ik vooral op tegen jongens als Wouter Booijink. Toen ik bij het eerste kwam was hij net gestopt. Ook Martijn en Steven, die nu nog steeds in mijn team zitten, waren jongens waar ik zeker tegenop keek en nu nog steeds. Als je bijvoorbeeld ziet dat Martijn vorig jaar zijn kruisband scheurt en dit jaar weer volledig fit de laatste wedstrijden van het seizoen kan meedoen, kun je daar alleen maar respect voor hebben. Zeker ook op zijn leeftijd.
Wanneer ben jij echt trots op jezelf?
Als ik de voldoening bij anderen kan zien en merk dat zij ook trots zijn. Bijvoorbeeld bij ons kampioenschap. Als ik zie wat dat met mijn medespelers doet, dan maakt dat mij zelf ook trots.
Hoe bijzonder is het om na 34 jaar eindelijk weer een kampioenschap naar VC Fleringen te brengen?
Ik denk dat dat heel bijzonder is. Vooral 34 jaar is natuurlijk een hele lange tijd. Wat het extra speciaal maakt, is dat van veel spelers hun vader vroeger ook in het team heeft gezeten.
Hebben oudere supporters of oud-spelers nog verteld hoe groot dit moment voor hen is?
Er zijn veel oud-spelers en oud-trainers naar ons toegekomen om hun verhalen te vertellen. Dat vind ik juist het mooie van Fleringen: het leeft echt binnen de hele club, ook bij oud-spelers.
Wie was:
De gangmaker van het team?
Bram Kamphuis
De slechtste zanger?
Sem kuipers
Het vaakst te laat?
Brent van de kamp
Degene die het langst heeft doorgefeest?
Dries Koopman
Als je dit seizoen in één woord moet omschrijven, welk woord kies je dan?
Onvergetelijk!
Dank aan Sjoerd Booijink. Open, eerlijk en met mooie herinneringen blikte hij met mij terug op een onvergetelijk seizoen. Van spanning langs de zijlijn tot het kampioenschap en alles wat daarbij kwam kijken. Bedankt voor je tijd, gastvrijheid én openheid, gefeliciteerd met het prachtige kampioenschap!


